Algemene verkeersregels bij gebruik van de vrijstelling
Verkeersveiligheid, hinder minimaliseren, stapvoets rijden en wanneer de vrijstelling wél en niet geldt.
De landelijke RVV-vrijstelling geeft u het recht om in bepaalde situaties af te wijken van verkeersregels. Maar dat recht brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee. Hieronder vindt u de belangrijkste regels.
Verkeersveiligheid staat altijd voorop
De veiligheid van uzelf en andere weggebruikers mag nooit in gevaar komen. U mag de vrijstelling alleen gebruiken als dat strikt noodzakelijk is voor de onmiddellijke uitvoering van uw werkzaamheden. Als de werkzaamheden redelijkerwijs zonder de vrijstelling kunnen worden uitgevoerd, is deze niet van kracht.
Hinder minimaliseren
Beperk de hinder voor overig verkeer tot een minimum. Verplaats uw voertuig zodra de werkzaamheden dit toelaten. Andere weggebruikers moeten zo min mogelijk last ondervinden van uw aanwezigheid.
Voetgangersgebieden en trottoirs
In voetgangersgebieden, op trottoirs en op andere plaatsen die niet voor motorvoertuigen bestemd zijn, mag u uitsluitend stapvoets rijden.
Géén parkeerontheffing
De vrijstelling is géén parkeerontheffing. Parkeerbelasting is een gemeentelijke maatregel waarvan de minister geen ontheffing kan verlenen. Als er in de directe nabijheid reguliere (betaalde) parkeerplaatsen beschikbaar zijn, is de vrijstelling niet van kracht.
Uitleg geven aan toezichthouders
U moet zich altijd in de nabijheid van uw voertuig bevinden en op eerste vordering uitleg kunnen geven aan bevoegde ambtenaren (politie, BOA's) over de werkzaamheden die u uitvoert.
Gebruik de vrijstelling nooit als 'parkeerkaart'. Het is uitsluitend bedoeld voor de onmiddellijke uitvoering van werkzaamheden.
Heeft u nog vragen?
Neem contact op