Terug naar helpcentrum
Bestuurder/Voorschriften

Het werkvak: veilig in- en uitrijden

Wat een werkvak is, waarom in- en uitrijden een bijzondere manoeuvre is en welke signalering daarbij verplicht is.

Een werkvak is de bebakende en afgezette ruimte waarbinnen de werkzaamheden worden uitgevoerd, inclusief de ruimte voor opslag van materiaal en materieel, de loop- en vluchtruimte voor de werkenden en de stalling van voertuigen of keten. Het in- en uitrijden van een werkvak is een van de meest risicovolle momenten van uw werkdag: andere weggebruikers worden er onverwacht en in een tijdelijk veranderde situatie mee geconfronteerd.

In- en uitrijden is een bijzondere manoeuvre

Volgens artikel 54 van het RVV 1990 is het in- en uitrijden van een werkvak een bijzondere manoeuvre. Dat betekent: u moet ál het overige verkeer voor laten gaan. Ook bij tijdelijke (bouw)uitritten verleent het werkverkeer voorrang en vrije doorgang aan de overige weggebruikers.

Verplichte signalering

  1. Voer bij het in- en uitrijden altijd gele zwaailichten die vanuit elke richting zichtbaar zijn.
  2. Zorg dat het voertuig is voorzien van een bord of sticker met het opschrift 'Werkverkeer' (conform CROW-WIU 2020).
  3. Rijd vlot en beheerst in en uit, zodat er geen onveilige situaties of onnodige hinder voor andere weggebruikers ontstaan.

Houd de toegang beperkt

De toegang tot het werkvak moet zo beperkt mogelijk zijn. Zo voorkomt u dat andere weggebruikers achter het werkverkeer aan het werkvak inrijden en in een gevaarlijke situatie terechtkomen.

Rijstrook met rood kruis

Werkt u in een wegvak waarboven een rood kruis zichtbaar is? U mag die rijstrook (of de vluchtstrook) alleen gebruiken als de werkzaamheden dáár moeten worden uitgevoerd. Voer daarbij geel zwaailicht en rijd maximaal 50 km/u.

Ook bij gladheidsbestrijding en sneeuwruimen verplicht de CROW-WIU 2020 het gebruik van gele zwaailichten zodra afwijkend weggedrag van uw werkvoertuig te verwachten is.

Heeft u nog vragen?

Neem contact op